Over mijn laatste twee wedstrijden is niet veel interessants te melden.
Op de clubkampioenschappen baan van afgelopen zaterdag (20 september) liep ik in 12:59 een PR op de drie kilometer. Dat PR was makkelijk zat. Ik had deze afstand slechts één keer eerder gelopen en toen in een tempo waar ik zelfs op de vijf kilometer makkelijk boven kom. Waar ik wel heel tevreden over was, is dat ik Cees K. ben voorgebleven. Cees heeft er een handje van om, nadat je hem hebt ingehaald, stiekem achter je te blijven plakken, om je dan in de laatste 50 meter toch nog even voorbij te lopen. Tot mijn ontsteltenis probeerde hij het dit keer weer. "Dat gaat niet gebeuren," dacht ik. Gelukkig hadden de voorgaande kilometers kennelijk het nodige van hem gevraagd en kon ik hem door een beetje te versnellen definitief lossen. Hiervoor kreeg ik een complimentje van mijn trainster Anita. "Heel goed. Wurgen en ophangen."
Wat wel interessant is om te melden, is dat ik vooraf aan de wedstrijd Richard M. en Roel H. heb geholpen met het opspelden van hun startnummer. Beiden bleken er nooit over nagedacht te hebben hoe je zo iets moet doen. Terwijl ik van één van hen weet dat hij net als ik een treinreiziger is en er dus ook zo'n rijk gedachteleven op na zou kunnen houden.
Als je er eenmaal op let, zie je dat veel atleten er een potje van maken. Ze zitten ontzettend te hannesen met een erg rommelig resultaat. Scheef, opgefrommeld, wapperend. Een startnummer hoort recht, vlak en strak tegen de borst gespeld te zijn.

De dag na de clubkampioenschappen liep ik de Halve van Hoogland als 'verzorgd trainingsrondje'. (Ik moet kilometers maken als voorbereiding op de marathon van Amsterdam.) Over die verzorging valt trouwens nog wel wat te zeggen, maar daarover later. Toen ik mijn startnummer ophaalde, constateerde ik dat de wanpraktijken met startnummers in stand gehouden worden door verkeerde instructie.
Tegen de achterkant van het startnummer was een stuk kunststoffolie geplakt met een draad die de rechthoekige contouren van het startnummer volgde en een soort dropje waarin een chip verstopt was. Met dit mechanisme van Gateway Concepts is de doorkomst van een loper automatisch te registreren doormiddel van een antenne die boven het parcours hangt. Tot zo ver is er niets mis. Maar helaas vindt meneer Gateway het kennelijk nodig om via instructies op het folie de atleten tot geknoei aan te zetten.

Natuurlijk heeft Gateway gelijk dat je het startnummer het beste met vier veiligheidsspelden kan opspelden. Dat je het nummer niet op je broek, maar op je shirt moet. En dan niet onder je oksel, maar voor op je borst. Helemaal mee eens. Maar zie eens hoe je volgens Gateway de spelden door het nummer moet steken: diagonaal, enkelvoudig door nummer en stof. Dat is natuurlijk vragen om problemen. Op deze manier hangt het nummer met veel speling aan de spelden. Het is daardoor moeilijk om hem recht en vlak te krijgen. Bovendien zal het nummer onder invloed van de (loop)wind gaan wapperen. Deze turbulentie resulteert uiteindelijk in honderdsten seconden tijdverlies. Schande Gateway!
Toch zie je grote aantallen atleten die de Gateway opspeldmethode volgen. Niet alleen bij de Halve van Hoogland, maar ook bij wedstrijden waar men geen foutieve instructie krijgt.

Hoe moet het dan wel? Dat zal ik nu uitleggen.

Trek eerst je shirt aan. Het is verleidelijk om je nummer op het losse shirt te spelden, omdat je er dan goed zicht op hebt en er met beide handen makkelijk bij kan. In de praktijk blijkt het echter heel moeilijk het startnummer op deze manier goed te positioneren en erg lastig om het shirt strak te houden tijdens het spelden. Aantrekken dus, dat shirt.
Ga rechtop staan. Zittend spelden werkt ook niet.
Leg vervolgens vier veiligheidsspelden geopend gereed op een plek waar je bij kan zonder te lopen.

Positioneer nu het nummer met de onderste rand ter hoogte van je navel en evenwijdig aan de vloer. Schuif nu zo dat er links en recht van het nummer evenveel ruimte is. Voor mensen die dit lastig vinden heb ik de volgende tip: Leg de onderste hoeken van het startnummer tegen elkaar en maak een korte maar scherpe vouw in de tegenoverliggende zijde. Zorg dat deze vouw recht boven je navel zit.

Bij vrouwen kan er een complicerende factor zijn. Vrouwen hebben aan de voorzijde van de romp secundaire geslachtskenmerken die van persoon tot persoon sterk in omvang kunnen verschillen. Mochten deze zo omvangrijk zijn dat de bovenste rand van het startnummer hen overlapt, laat dan het nummer zo ver onder de navelzakken dat het nummer ze net niet raakt. Het is ook mogelijk de randen van het startnummer om te vouwen zodat dit minder hoog wordt. Let wel op dat niet alleen de cijfers van het startnummer, maar ook de naam van de sponsor zichtbaar blijft. Dan kan de organisatie daar volgende keer ook weer bij aankloppen.

 

Voor het vervolg maakt het uit of je links- of rechtshandig bent. Ik geef hier de instructie voor rechtshandigen, want dan kan mijn dochter het makkelijker voordoen. Linkshandigen moeten de instructies in spiegelbeeld uitvoeren. (Weten jullie trouwens waarom een spiegel wel links en rechts verwisselt, maar niet onder en boven?)

Als je nummer goed gepositioneerd is fixeer je de linker bovenhoek door met je linker hand de stof van je shirt en de zijkant het papier van het nummer gezamenlijk tussen duim en wijsvinger te nemen.

 

Pak met je rechter hand een van de spelden en steek deze van rechts naar links een klein stukje door het papier en door de stof van je shirt. Duw vervolgens de punt van de speld weer naar voren, zodat deze opnieuw de stof en het papier doorboort. Doe de veiligheidsspeld dicht.
Zorg dat het nummer goed vlak tegen de borst ligt. Fixeer nu de rechter bovenhoek door met je rechter hand de stof van je shirt en de zijkant het papier van het nummer gezamenlijk tussen duim en wijsvinger te nemen. Pak opnieuw een van de veiligheidsspelden. Steek deze met je linker hand van links naar rechts dubbel door nummer en stof, zoals je dat ook bij de eerste hoek hebt gedaan.

Zo, het moeilijkste hebben we nu gehad. Je kunt nu even uitrusten als dat nodig is. Je kunt daarbij het nummer gewoon loslaten, want in principe zit het nu prima vast. Doordat de veiligheidsspelden dubbel door papier en stof steken heeft het nummer geen speling ten opzichte van het shirt. En doordat we de spelden vanuit het centrum naar de zijkant door hebben gestoken, trok het nummer zich vanzelf strak tegen het shirt.

Toch ook de onderkant maar even netjes vastmaken, want ander gaat het nummer op en neer wapperen.
Strijk het nummer met je rechter hand van boven naar beneden vlak tegen de borst en fixeer met je linker hand de linker onderhoek op de bekende manier. Pak met je rechter hand een nieuwe speld en steek deze, heel goed, van rechts naar links door papier en stof naar binnen en weer door stof en papier naar buiten. Doe de speld dicht.
De laatste speld is natuurlijk het makkelijkste. Met je linker hand het nummer gladstrijk, met je rechter hand fixeren en met je linker hand de speld . . . . , inderdaad, prima!
Je zult zien dat het startnummer nu vlak, strak en zonder speling op je shirt zit. Zo kan je voor de dag komen. En geen tegen de borst stuiten turbulentie meer.

Die Halve van Hoogland heb ik overigens keurig in 1:47:29 gelopen. Nu zul je misschien zeggen dat dat net wat te snel is voor een trainingsrondje, maar dat is niet zo. Ik liep namelijk de tweede kilometer in tweeënhalve minuut. Of ik was plotseling Keniaan geworden, of het parcours was 500 meter te kort. De organisatie heeft toegegeven dat optie twee het geval was. En als je dan ook nog weet dat de waterpost die op 10 kilometer zou moeten staan pas op 13 kilometer stond, kan je toch wel zeggen dat de organisatie drie lelijke fouten heeft gemaakt. Maar verder waren weer en sfeer prima.

Naschrift:
In de Egmond 1/2 marathon van 11-1-09 bleek hoe juist bovenstaande instructie is. Vele lopers hadden door de fikse tegenwind op het strand problemen met hun startnummer. Ik heb iemand gezien waarbij deze nog slechts met één speld vast zat en continu in z'n gezicht waaide. Dit ontlokte hem de krachtterm "kutnummer". Had hij dit stukje maar gelezen, dan was hem veel leed bespaard gebleven. Ík had nergens last van.